ISW jaar 2 · UU (ODG)
De complete samenvatting van Over de grenzen van disciplines (ODG) bij ISW aan de UU, in de volgorde van de colleges: per week de kern, de begrippen en de verbanden die je op het tentamen nodig hebt. Week 1 en 2 lees je gratis met een account in de reader.
Literatuur: Abma, Over de grenzen van disciplines + teksten van Popper, Kuhn, Weber en Merton
16 hoofdstukken in 8 weken · 320 flashcards · 160 oefenvragen · 80 open vragen met modelantwoord
Complete Bundel ODG: €26,00 eenmalig (los €28,00 — je bespaart €2,00). Betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.
De rest van Over de grenzen van disciplines in één keer: eenmalig betalen via iDEAL, direct toegang, geen abonnement.
Bekijk prijzen · Oefenen met Over de grenzen van disciplines
Omdat er drie eisen aan ontbreken. Wetenschappelijke kennis is systematisch (de begrippen zijn omschreven en de uitspraken hangen samen), methodisch (de werkwijze ligt vast en staat opgeschreven) en controleerbaar (een ander kan de redenering en de gegevens nalopen). Daar hoort openbaarheid bij: je publiceert zodat vakgenoten je kunnen aanvallen, en kennis geldt daarom altijd voorlopig.
Bob merkt in zijn werkgroep dat wie vooraan zit hogere cijfers haalt. Hij weet dus iets, maar niet hoeveel studenten hij bekeek en wat er nog meer meespeelde, bijvoorbeeld motivatie. Wie er wetenschap van maakt, legt vooraf vast hoe hij zitplaats en cijfer meet, en schrijft het zo op dat Fleur het kan overdoen.
Over Pleun zegt het in elk geval niets: wie de enkeling volgt, ziet toeval en vrije keuze. Op het niveau van de aantallen blijft regelmaat over, en Comte leest daarin een wetmatigheid. Maar Quetelet ontleende zijn rekenwijze aan de sterrenkunde, waar meetfouten zich net zo rond een gemiddelde verdelen. Wanneer wijst zo'n cijfer een verschijnsel aan, en wanneer maakt de rekenwijze er een?
Individualisme wil sociale verschijnselen uiteindelijk verklaren uit het handelen en de opvattingen van afzonderlijke mensen. Holisme zegt dat sociale gehelen eigenschappen hebben die niet uit individuen zijn af te leiden, en begint daarom bij het geheel. Weber staat aan de eerste kant, Durkheim aan de tweede.
Het is een methodische keuze, geen uitspraak over wat bestaat: ook een individualist erkent instituties, hij wil ze alleen opbouwen uit handelingen. Kies dus per vraagstuk en zeg erbij wat je wint en wat je laat liggen. Bij uitval onder eerstejaars levert het microniveau de motivatie en de bijbaan van Xena op, het macroniveau het bindend studieadvies en de woningmarkt.
Niet in de feiten, maar in de plek waar een verklaring mag beginnen. Dat lijkt klein tot je ziet wat eruit volgt: welk gegeven telt, welke methode past, en wat als eindpunt van een verklaring wordt aanvaard. Durkheim eist dat je een sociaal feit uit een ander sociaal feit verklaart, en dat is een verbod, geen voorkeur. Is zo'n verbod nog methodisch, of zit er toch een uitspraak over de werkelijkheid in?
Omdat een theorie die niets uitsluit ook niets riskeert. Freud verklaart de man die een kind verdrinkt uit verdringing en de man die datzelfde kind redt uit sublimering. Adler verklaart allebei uit een minderwaardigheidsgevoel. Elk denkbaar gedrag past, dus geen enkele waarneming brengt de theorie in verlegenheid.
Einstein staat er anders voor. Zijn theorie voorspelt dat zwaartekracht licht afbuigt, en was die afbuiging bij de meting van 1919 uitgebleven, dan was hij weerlegd geweest. Dat noemt Popper een gewaagde voorspelling. Hoe meer een theorie verbiedt, hoe meer zij zegt, en een bevestiging telt pas als zij het resultaat is van zo'n risico.
Elke waarneming veronderstelt een probleem, een belang en een verwachting. De opdracht om zonder meer te noteren wat je waarneemt is onuitvoerbaar: waarnemen wat? Wie een weerlegging vaststelt, kijkt dus al door een theorie. Dan is de vraag wat je opgeeft zodra de toets tegenvalt: de theorie zelf, of de aanname waarmee je haar gemeten hebt. Wanneer is die tweede keuze nog geen conventionalistische kunstgreep?